Temp.: 14 C Windrichting: 150
Windkracht:
Molens met productie: 17
Huidige parkproductie 33852kW
Totaal 2017: 56030 MWh









Zo draait de molen


Bij windturbines gaat het vermogen op en neer met het windaanbod. Als het niet waait staan windmolens stil en leveren ze geen stroom. Hoe harder het waait hoe groter het vermogen en hoe meer energie er wordt geleverd per tijdseenheid. Het (maximale) generatorvermogen (KiloWatts) van een molen zegt dus niets over de omvang van de elektriciteitsproductie.

Een windturbine draait al vanaf 1-2 meter per seconde (m/s) en begint stroom te leveren bij ongeveer 2-3 m/s (windkracht 2). Naarmate het harder waait neemt het vermogen toe. Als de molen bij 8 m/s circa 400 kW levert en dat een uur volhoudt, dan heeft hij in dat uur 400 kWh energie geproduceerd. Het maximale vermogen wordt bereikt bij circa 12 m/s (windkracht 6). Het vermogen blijft bij een nog hogere windsnelheid constant. Bij windkracht 9 of 10 stoppen de molens automatisch omdat de belasting anders te groot wordt.

De nieuwste turbines draaien echter zo goed als altijd door. Alleen vanaf windkracht 10 gaan ze automatisch iets langzamer draaien. Dit wordt gedaan om het moment van nul vermogen zo lang mogelijk uit te stellen. Voor het elektriciteitsnet is het namelijk niet goed als tegelijkertijd een groot windvermogen uitvalt. Bovendien moet dan ineens ander vermogen (een gascentrale of wkk-installatie) worden bijgeschakeld en dat is duur.

De meeste windturbines krijgen twee maal per jaar een servicebeurt van twee dagen. Gemiddeld staan windturbines door storingen en onderhoud twee procent van de tijd (7 dagen per jaar) stil. Daarmee is de beschikbaarheid 98 procent.


Bron: Jaap Langenbach, WSH

Donderdag 23 Nov 2017